De opname van vetten uit de voeding

Door: Vera van Randwijck
Vetten, als verzamelnaam voor vetten én oliën, zijn stoffen die slecht oplossen in water; ze zijn hydrofoob. Ze lossen echter goed op in stoffen als alcohol, ether, aceton en dus ook in andere vetten. We onderscheiden triglyceriden, fosfolipiden en sterolen. Hun opnameroutes in het lichaam zijn divers.
Vetten hebben de eigenschap om naar elkaar toe
te bewegen in een waterige oplossing: zoals de vetogen in de soep. We
onderscheiden in de natuur verschillende soorten vetten. Triglyceriden, of netjes
gezegd tri-acyl-glycerol of TAG, maken het merendeel uit van alle biologische
vetten, fosfolipiden zo’n 2% en sterolen vormen de kleinste fractie, waaronder het
verguisde cholesterol. Maar dat cholesterol staat in ons lichaam wel aan de
basis van de aanmaak van geslachtshormonen, adrenale hormonen (cortisol),
vitamine D en galzouten.
Daarnaast zijn er nog de
vetoplosbare vitaminen zoals A, D, E en K. Het zijn vet-achtige stoffen die
meestal opgelost in triglyceriden in ons lichaam komen.
Lees het gehele artikel vanaf pagina 34 in OrthoFyto 3/19.
- Grootten, H. (2009) Effecten van verzadigde en onverzadigde vetten op hart en vaatziekten. Geraadpleegd op 28 december 2018
- Insel, P., Bernstein, M., Mc Mahon, M. (2016) Nutrition (6e druk) University of Medicine and Science. Uitgever: Athenaeum Uitgeverij. ISBN 9781284100051
- Vetvertering (2011) Geraadpleegd op 28 december 2018
Bronvermelding:
Bronvermelding:
Vera van Randwijck
is orthomoleculair therapeut en voedingsdeskundige. Ze studeerde Voeding aan de Universiteit van Wageningen. Na afronding van haar orthomoleculaire studie bij Ortho Linea verdiepte ze zich onder meer in ayurveda, darmtherapie en vrouwenklachten.

