Smaak en bereidingen in traditionele fytotherapie

Door Marilène Dols
Lang voordat werkzame inhoudsstoffen werden geïsoleerd en onderzocht, werden kruiden begrepen op basis van hun organoleptische eigenschappen, waaronder smaak, die in direct verband stonden met temperatuur en vochtigheid en daarmee met hun werking. Zo omschreef Dioscorides jeneverbes als zoet en licht bitter met een licht verwarmende, astringerende werking en daarom te gebruiken bij maagpijn en opgeblazenheid.[1] Met de toenemende farmacologische kennis is de samenhang tussen smaak en inhoudsstoffen onbekender geraakt. Dat is een gemis, want smaak kan een brug vormen tussen traditionele en moderne fytotherapie.
De basissmaken zoet, zuur, zout, bitter en umami worden overal op de tong, keel en gehemelte waargenomen. Het is een fabeltje dat de tong specifieke smaaklocaties bevat. Smaakpapillen herkennen alle smaken, met kleine gevoeligheidsverschillen. Alleen opgelost in speeksel zijn smaken waarneembaar en een goede speekselproductie verbetert het proeven.
Smaakbeleving
Smaakbeleving is meer dan het waarnemen van de vijf basissmaken via de smaakpapillen. Ongeveer zeventig procent wordt bepaald door aroma, waarbij het reukorgaan een centrale rol speelt; aromatische kruiden worden dus vooral via de neus ervaren. Scherpte ontstaat via prikkeling van pijn- en warmtereceptoren door stoffen als allylisothiocyanaat en capsaïcine. Astringentie betreft het tastgevoel en ontstaat wanneer tannines en polyfenolen speekseleiwitten laten neerslaan, waardoor een droog en stroef mondgevoel ontstaat. Ook textuur, temperatuur en herinnering beïnvloeden smaak, zoals bij de zoetzure maar fruitige en zomerse beleving van aardbei. In de traditionele fytotherapie is smaak gekoppeld aan de kwaliteiten koud, warm, droog en vochtig. Een kruid ontwikkelt daarbij vaak meerdere smaken, passend bij zijn inhoudsstoffen en werking.[1-8] Bij iedere smaak wil ik daarnaast illustreren hoe in combinatie met andere smaken de kwaliteit (temperatuur en vochtigheid) verandert. Om onderstaande informatie verder in context te plaatsen, worden er in de tabel westerse ziektebeelden genoemd die aansluiten bij de natuurgeneeskundige natuurkwaliteiten, smaken en weefseltoestanden zoals genoemd in dit artikel.
Lees het gehele artikel vanaf pagina 36 in OrthoFyto 2/2026.
Bronvermelding:
1. Ross J. Combining Western Herbs and Chinese Medicine, Principles, practice and Materia Medica, 2003 Greenfields Press Seattle.
2. Wood M. The Earthwise Herbal, Volume 1. North Atlantic Books, Berkeley California 2008.
3. Wood M. The Earthwise Herbal, Volume 2. North Atlantic Books, Berkeley California 2009.
4. Holmes P. The Energetics of Western Herbs. Snow Lorus Press, Boulder Colorado 2006.
5. Homes P. The Energetics of Western Herbs Volume 1. Snow Lorus Press, Boulder Colorado 1997.
6. De la Foret R. Alchemy of Herbs. Hay House inc. 2017.
7. De la Foret R & Han E. Wild remedies. Hay House inc. 2020.
8. Koenders, R. en Tenhagen, E., (2015). Èn simpel èn complex.
9. Gladstar R. Fire Cider. Storey Publishing 2019.
10. Reuk en smaakstoornissen, geraadpleegd op 23-02-2026 via www.reukensmaakcentrum.nl/reuk-en-smaakstoornissen/over-smaak/

OrthoFyto
Verzameling van artikelen van schrijvers die op niet-regelmatige basis voor ons schrijven.
